Als klein blond meisje, met paardenstaartjes en een voorliefde voor boeken die niet in mijn schoollaatje pasten, droomde ik er al van om schrijver te worden. Ik had en heb zoveel verhalen in mijn hoofd, die ik graag naspeelde en soms opschreef. Ik zag mezelf al met mijn eigen boek in mijn handen en bibliotheken vol met mijn werk. Nu mijn boek al een tijdje uit is, heb ik ontdekt dat de realiteit anders is. Dus hierbij een lijstje met dingen die niemand je vertelt, als je zegt dat je schrijver wilt worden:

 

  • Dat je, zelfs als je ongelooflijk snel schrijft, LANG bezig bent met een boek. De eerste versie, de volgende, de volgende, de eventuele proeflezers, de zoektocht naar een uitgever, de redactie. Als kind dacht ik dat schrijven toch niet zo moeilijk kon zijn, maar het is hard werken.
  • Dat rare gevoel wanneer je een boek leest dat je graag zelf had willen schrijven.
  • Dat hoezeer je ook weet dat je redacteur vaak gelijk heeft: het doet pijn om geliefde passages te schrappen. En die rode strepen, al die rode strepen!
  • Dat Nederlands een ontzettend klein taalgebied is. Vergeet die enorme miljoenenaantallen in boeken en denk kleiner.  In honderdtallen, tientallen of zelfs in stuks.
  • Dat je voeten en rug best pijn doen na een lange dag staan op een beurs of bij een boekhandel.
  • Dat afwijzing erbij hoort: niet iedere uitgever wil je verhaal hebben. Niet iedere lezer gaat verzot zijn op je verhaal. En die kritische recensie die alle bibliotheekinkopen bepaalt? Die komt dieper onder je huid dan je denkt.
  • Dat je soms met pijn en moeite een lezer voor je boek weet te winnen, terwijl er naast je een kilometerslange rij staat met fans voor een signeersessie van een Amerikaanse schrijver.

 

Bloed, zweet en heel veel liefde

Had ik het bovenstaande verwacht? Nope. Maar er is meer. Misschien was mijn fantasie als kind gewoon nog te beperkt. Of zag ik gewoon niet wat schrijver zijn precies inhoudt. Want ik wist ook niet:

  • Dat er mensen zijn die enthousiast worden van al die rare ideeën van me.
  • Hoe voldaan ik me zou voelen na die zware redactieronde. Ja, mijn ego deed pijn, maar het verhaal is echt beter geworden.
  • Hoe ongelooflijk het voelt als je een boek ziet met je naam erop. Of het nou een roman is of een kort verhaal in een bundel. Dat ben ik!
  • Dat oefenen op een handtekening (die je niet gebruikt voor juridische dingen) nog best handig kan zijn.
  • Hoe het voelt als een lezer alle subtiele en nerderige hints die je in een verhaal stopt, eruit pikt. Dat maakt mijn dag.
  • Dat ik zoveel bijzondere mensen zou ontmoeten. Medeschrijvers, lezers, andere dromers, en dat die vrienden zouden worden.
  • Dat ik de eerste ontmoeting met een trillende superfan nooit zou vergeten. Omdat ik me besefte dat ik op zestienjarige leeftijd ook zo was. En dat ik nu écht aan de andere kant van die tafel sta.
  • Dat elk succesje er één is. Dat elk gesigneerd boek er een is. Dat elke lezer er weer één is. Dat het hard werken is, maar toch de moeite waard. Omdat die verhalen nu eenmaal in je zitten.

 

Veel liefs,

 

Cathinca

 

Blogarchief